titel
Ontdek de thema's... Kunst & LetterenOntdek de thema's... GeheugenOntdek de thema's... RetoricaOntdek de thema's... GeschiedenisOntdek de thema's... FilosofieOntdek de thema's... MystiekOntdek de thema's... EssaysOntdek de thema's... Over de natuur
alle uitgaven geordend op auteur alle uitgaven geordend op boek contact voor de pers voor de boekhandel prospectus Rights catalogue Foreign rights

houd mij op de hoogte

De passage naar Europa van Luuk van Middelaar is vanwege de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen en het Fonds voor de Geld- en Effectenhandel geëerd met de Dirk Jacob Veegens Prijs 2010. De Veegens Prijs is een bekroning van oorspronkelijk historisch onderzoek.

Bestel het boek
Bekijk de prijzenkast

omslag

Dirk Jacob Veegens Prijs
voor Luuk van Middelaar

Het persbericht van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen.


Het juryrapport Dirk Jacob Veegens Prijs 2010

Een jury ingesteld door de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen, bestaande uit de hoogleraren Willem Frijhoff, Pim Kooij en Piet de Rooij, heeft geadviseerd de Dirk Jacob Veegens Prijs voor 2010 toe te kennen aan doctor Luuk van Middelaar voor zijn dissertatie De passage naar Europa: Geschiedenis van een begin, in 2009 aan de Universiteit van Amsterdam verdedigd en daar met een cum laude bekroond.

Volgens de jury is dit een volstrekt origineel boek. Het beschrijft en analyseert het begin van de politieke eenwording van Europa in drie domeinen en drie sferen en laat de door actoren gebruikte taal, of liever de talen, deze domeinen en sferen vormgeven en vullen. Dit wordt gecombineerd met een uitermate zorgvuldig en evocatief taalgebruik. Het resultaat is een verrassend nieuw beeld van de Europese integratie, waarin, naar is gebleken, de actoren zich wel herkennen maar waarvan zij zich niet eerder gerealiseerd hebben dat het er zo uitzag.

De drie domeinen die Van Middelaar onderscheidt zijn het 'Europa van de Staten', het 'Europa van de Burgers' en het 'Europa van de Kantoren'. Zij hebben elk hun eigen vertoog. Zo ziet het 'Europa van de Staten' weinig in centrale instellingen, terwijl het 'Europa van de Kantoren' juist weinig ziet in invloed van afzonderlijke staten maar een sterk centraal gezag ambieert. Het 'Europa van de burgers' zit daar tussenin met een combinatie van federalisme, nationalisme en centralisme. Dit vertoog is wellicht het interessantst maar ook het moeilijkst te vatten. De andere actoren: de politici van de afzonderlijke staten en de participanten in de Europese bureaucratie zijn vrij gemakkelijk te onderscheiden. Maar wie zijn de burgers? Van Middelaar definieert ze alsf 'schrijvers en intellectuelen die menen uit naam van een nieuwe (Europese) burger te kunnen spreken'. Dat is natuurlijk wat anders dan de Europese kiezers maar die laten alleen hun stem horen en bieden geen vertoog.

De drie sferen die Van Middelaar definieert zijn de buitensfeer, de binnensfeer en de tussensfeer. Op het eerste gehoor klinkt dat niet zo sterk: het één, het ander en iets daartussenin. Maar zijn uitwerking overtuigt volkomen. De buitensfeer wordt gevormd door de soevereine staten met hun lange tradities. Van Middelaar noemt die heel treffend een historisch stootblok, en wie aan De Gaulle en Thatcher denkt, weet meteen wat hij bedoelt. De binnensfeer is uiteraard de Europese Commissie of het Europese Hof maar meer nog de verdragen en pacten die deze en andere Europese instellingen en instituties vorm hebben gegeven. Ook binnen deze dimensie lijkt de tussensfeer 'van de leden en haar tafel' weer het interessantst. Met die tafel worden de vergadertafels bedoeld die zich in Brussel en Straatsburg bevinden maar ook in de hoofdsteden van de lidstaten, met name als een lidstaat het voorzitterschap van de Unie vervult. Hier vonden de afwegingen en confrontaties van eigenbelang en algemeen belang plaats. Van Middelaar gebruikt hier de metafoor van het vagevuur maar gaat daarbij niet zover de binnensfeer tot de hemel te verklaren. Ook niet tot de hel trouwens.

Met deze drie sferen en domeinen creëert Van Middelaar een soort matrix, een totaal van negen vakken, waarbij ieder domein in aanraking komt met de drie sferen en iedere sfeer met elk van de drie domeinen. Wie de film kent weet dat the Matrix nogal wat spanning en opwinding kan opleveren. Dat doet deze matrix ook, temeer omdat Van Middelaar zich niet tevreden stelt met het weergeven van de inwerking van deze twee sets op elkaar maar nog een derde mechanisme toevoegt. Hij wil namelijk ook expliciet maken in hoeverre de scheidingswanden van de cellen in de matrix doordringbaar zijn gebleken, door beïnvloeding van het ene domein door het andere. De dynamiek die dat allemaal oplevert is ongekend en levert een suspense op die de film ver te boven gaat, mede omdat het hier gepresenteerde een realiteit betreft.

Nu is het natuurlijk een hele prestatie om een mooi stramien voor een boek te ontwerpen, maar het boek is pas geslaagd als de auteur er ook nog in slaagt dat stramien een passende inhoud te geven. Welnu, dat gebeurt uitermate deskundig en overtuigend. Overtuigend is het vooral omdat het perspectief consequent wordt vastgehouden en ook de analysetechniek dezelfde blijft. Dat perspectief is uitdrukkelijk historisch. De lange termijn speelt een bepalende rol en daarbij laat Van Middelaar duidelijk zien dat het geen zin heeft om het verhaal van de creatie van Europa te laten beginnen in de jaren 1950. Ook het congres van Wenen speelde een rol en zelfs het concilie van Mantua in 1459. We kunnen vaststellen dat politicologen en sociologen maar een stukje van het verhaal hebben gepresenteerd en dat geldt helaas ook voor een aantal historici.

Van Middelaars analysetechniek richt zich vooral op de taal die door de verschillende actoren in de onderscheiden domeinen en sferen is gebruikt. Hier steunt Van Middelaar op Michel Foucault die duidelijk heeft gemaakt dat een vertoog meerdere lagen heeft, waarbij doelstellingen, zoals het verkrijgen van macht, altijd een onderliggend element vormen. Dit wordt door Van Middelaar subliem expliciet gemaakt. Bij elke discussie wordt aangegeven in welke sferen en domeinen die werd gevoerd en welke achterliggende en onderliggende elementen kunnen worden onderscheiden. Eén voorbeeld mag duidelijk maken op welke wijze dat gebeurt.

Als voorbeeld kiezen we de coup van Craxi, de premier van Italië in 1985. Die vond plaats tijdens een conferentie van regeringsleiders in Milaan in juni 1985. Er was zoals altijd gedoe over de bevoegdheden van de Europese commissie en het Europese parlement ten opzichte van de nationale staten, waarbij op dat moment Margaret Thatcher maar ook de Griekse premier Papandreou zich nogal roerden. Craxi en anderen wilden een duidelijker vormgeving van de Europese Unie, zeker nu Spanje en Portugal op het punt stonden om lid te worden. Anderen waren daar fel tegen. Voortdurend lagen veto's op de loer. Toen kwam Craxi met zijn voorstel om een regeringsconferentie te houden om de vernieuwing verder uit te werken en wilde hij dat voorstel in stemming brengen. Dat was ongehoord want er was nog nooit zo gestemd. Alles moest altijd bij unanimiteit. Maar een stemming over zo'n procedure bleek toegestaan en vond ook plaats, waarbij zijn voorstel werd aangenomen, met de woedende Grieken, Denen en Britten tegen. Wat hier volgens Van Middelaar feitelijk gebeurde was dat Craxi's move de dubbele hoedanigheid van de regeringsleiders blootlegde. Zij waren zowel vertegenwoordigers van de afzonderlijke constituerende machten als van de geconstitueerde macht, de gezamenlijkheid. Dus eigenlijk slechtte Craxi met zijn actie een barrière tussen de buiten- en de binnensfeer, of tussen het Europa van de Staten en het Europa van de Kantoren. Tussen de regels door laat Van Middelaar ook nog even zien dat de Italianen en de Duitsers het creatiefst waren in het vormgeven van de gezamenlijkheid. Het polderende Nederland komt in dat verhaal nauwelijks voor.

Het boek bevat nog veel meer van zulke voorbeelden. Het juryrapport is echter niet bedoeld om de dissertatie samen te vatten maar om het bijzondere en vernieuwende ervan te laten zien. En dat is inmiddels wel genoegzaam gebeurd. Deze dissertatie beantwoordt zonder de minste twijfel op superieure wijze aan het criterium van de Dirk Jacob Veegens Prijs, dat het te bekronen onderzoek moet bijdragen aan 'een dieper inzicht in ontwikkelingen die voor Nederland in de huidige tijd relevant zijn'. Juist het voortaan onontkoombare gegeven dat de economische, politieke en sociale geschiedenis van Nederland langs een onontwarbaar kluwen van lijnen in de Europese realiteit ligt ingebed, wordt hier schitterend vormgegeven en geïllustreerd.

De beslissing van de jury om Van Middelaar voor te stellen was unaniem. Toch is er een moment van bedenking geweest. De Dirk Jacob Veegens Prijs is namelijk bedoeld als een aanmoedigingsprijs: om de wetenschappelijke wereld te wijzen op een aanstormend talent. Dus voor een jonge historicus van wie we denken dat die het kan gaan maken. Van Middelaar is weliswaar een relatief jonge historicus maar aanmoediging heeft hij beslist niet meer nodig. Hij heeft voor deze dissertatie al de Otto von der Gablentz Studieprijs ontvangen, hij heeft met een eerder boek de Prix de Paris gewonnen, heeft een mooie positie in het kabinet van de vaste voorzitter van de Europese Raad Herman Van Rompuy te Brussel, en was een gezaghebbend columnist in onder meer NRC Handelsblad. Hij heeft het dus al helemaal gemaakt. Toch heeft de jury voor hem gekozen, boven de ander die ook een waardige kandidaat voor de Prijs zou zijn. En dat komt omdat we vinden dat de dissertatie van Van Middelaar - de redenen zijn zojuist gegeven - echt het meest bijzonder is. We zeggen dus niet, hij heeft al een prijs gewonnen, laten we deze maar aan een ander geven. We zeggen juist: hij verdient nog een prijs. Moge het hem stimuleren ernaartoe te werken dat dit niet de laatste zal zijn.

De jury van de Dirk Jacob Veegens Prijs 2010, Willem Frijhoff, Pim Kooij en Piet de Rooij.

Mail deze pagina


Naar boven, de hoofdpagina, disclaimer of het colofon