titel
Ontdek de thema's... Kunst & LetterenOntdek de thema's... GeheugenOntdek de thema's... RetoricaOntdek de thema's... GeschiedenisOntdek de thema's... FilosofieOntdek de thema's... MystiekOntdek de thema's... EssaysOntdek de thema's... Over de natuur
alle uitgaven geordend op auteur alle uitgaven geordend op boek voor de pers voor de boekhandel prospectus rights contact

houd mij op de hoogte

Op 4 december 2012 ontvangt Hans Groenewegen de Pierre Bayle prijs voor zijn literaire essayistiek en poëziekritiek. Voor de Historische Uitgeverij is hij redacteur en samensteller van zulke ijkpunten in de cultuurgeschiedenis van de Nederlandstalige poëzie als Licht is de wind der duisternis over Lucebert, En gene schitterde op de rede over Kees Ouwens, Die zo rijk zijn aan zichzelf over Hans Faverey. Zijn monografie Het handschrift van Lucebert is een uiterst geslaagde en fraaie bespiegeling over het dubbele kunstenaarschap van dichter en schilder Lucebert.

Bekijk de prijzenkast

omslag

Pierre Bayle Prijs
voor Hans Groenewegen

Voor meer informatie zie de Pierre Bayle Prijs 2012 site.


Het juryrapport Pierre Bayle Prijs 2012

We leven niet noodzakelijk in poëtische tijden. Boodschappen horen kort te zijn, sexy, niet mis te verstaan. De wereld versnelt, de media draaien door, het boekenvak lijkt niet achter te kunnen blijven. Steeds vaker wordt poëziekritiek gereduceerd tot het formaat postzegel of het toekennen van sterren. Kennis van geschiedenis en context strekt niet langer noodzakelijk tot eer. In dit klimaat wil de jury Hans Groenewegen eren en prijzen om de genereuze, diepgaande en erudiete manier waarop hij jarenlang dichterschappen becommentarieert. Hij brengt de ontwikkelingen van een oeuvre in kaart, kruipt met veel kennis van zaken in de bundels die hij bespreekt en is tegelijk genuanceerd en uitgesproken in zijn oordeel.

Zowel in de stukken binnen de beperkte ruimte die kranten en tijdschriften hem bieden als in zijn langere essays en beschouwingen fungeert Groenewegen als een zorgvuldige, uiterst persoonlijke, en onbevreesde gids. Dat doet hij 'al lezend, vastlopend, reflecterend, voorzichtig conclusies trekkend, ze betwijfelend, en door eigen vooronderstellingen te bevragen en door de poëzie te laten bevragen', zoals hij het zelf eens omschreef. Dit maakt zijn bundels met poëziekritieken, zoals Overvloed, Schuimen langs de vloedlijn en Met schrijven zin verzamelen, die zijn uitgegeven bij Vantilt en de Wereldbibliotheek, tot tijdloze documenten voor eenieder die van de dichtkunst houdt. Ook bij het lezen van zijn toonaangevende beschouwingen bij de Historische Uitgeverij over het werk van Hans Faverey, Kees Ouwens, Lucebert en Karel van de Woestijne groeit daarom niet alleen het begrip maar ook een blijvende liefde voor de poëzie.

In een recensie van het werk van Hans Faverey legt hij uit wat het geweten van de lezer, en dus ook van de recensent is: 'De verantwoordelijkheid van de lezer geldt de poëzie. Hij dient uit te gaan van de woorden die de dichter bij elkaar zette. Diezelfde woorden zijn in gebruik bij marktkooplui, filosofen, psychologen, politici,

stemvee, docenten, politieagenten, schrijvers, boeren, bonzen, buitenlui, vertalers en andere dichters. De lezer dient, voor hij wat terugzegt, zich te laten gezeggen door de manier waarop de dichter woorden tot regels, zinnen, strofen, tot een gedicht schikte. Vervolgens heeft hij te maken met de volgorde waarin de gedichten zijn geplaatst, reeksen vormend, bundels, een oeuvre.' Vanuit de woorden zoekt Groenewegen naar de speciale zeggingskracht, vanuit de zeggsingskracht gaat hij naar de grotere verbanden waarvan het woord deel uitmaakt, om daarna bij het gedicht, de dichtbundel en tenslotte het oeuvre terecht te komen. Het gaat hem niet om een échec van de taal, maar juist om de kracht van de taal in haar meest gesublimeerde vorm: de poëzie.

Hans Groenewegen oordeelt niet vanuit een gemakkelijk Eigen Gelijk, maar gaat op zoek naar de beweegredenen van de dichter en vraagt zich vervolgens af of en hoe de dichter zijn/haar eigen ambities waarmaakt. Zijn oog analyseert, maar niet op afstandelijke wijze: deze criticus investeert ook zijn tijd, zijn kennis, zijn persoonlijkheid. Uiteraard heeft hij een mening en een smaak, maar die vormen bij hem veeleer een uitgangspunt tot dialoog, dan een kritische meetlat. Groenewegens kritieken en kronieken zijn te lezen als introductie tot specifieke bundels en oeuvres, maar ook als evenzoveel pleidooien voor zorgvuldig lezen, luisteren en kijken. De techniek van het dichten is daarbij niet minder belangrijk dan de emotionele of ideologische schraging van een gedicht. Vanuit een belangeloze inzet en met een scherp oog voor vernieuwing én traditie verdiept hij zich in de geschiedenis en actualiteit van de dichtkunst. De prijs is een eerbetoon aan zijn toewijding en de zorgvuldige manier waarop hij de lezer meeneemt in het werk van beginnende en canonieke dichters.

De jury van de Pierre Bayle prijs voor poëzie 2012, Marita Mathijsen, Geert Buelens, Bas Kwakman..

Mail deze pagina


Naar boven, de hoofdpagina, disclaimer of het colofon