titel
Ontdek de thema's... Kunst & LetterenOntdek de thema's... GeheugenOntdek de thema's... RetoricaOntdek de thema's... GeschiedenisOntdek de thema's... FilosofieOntdek de thema's... MystiekOntdek de thema's... EssaysOntdek de thema's... Over de natuur
alle uitgaven geordend op auteur alle uitgaven geordend op boek contact voor de pers voor de boekhandel prospectus Rights catalogue Foreign rights

houd mij op de hoogte
paperback
vormgeving Gerard Hadders
& rudo Hartman

illustratie Erik Bindervoet
144 bladzijden
isbn 978 90 6554 0652
nur 730 | 320 | 308
€ 20,00
eerste druk


bestel
international order
omslag

Coen Simon (red.) De handen van Cicero
Retorische antwoorden op de retoriek van onze tijd



Met bijdragen van: Hans de Bruijn, Piet Gerbrandy, Eva Groen-Reijman, Arnon Grunberg, Bas Heijne, Casper de Jonge, Jan Kuitenbrouwer, Heleen Mees, Luuk van Middelaar, Coen Simon, Gerard Spong, Arjen van Veelen, Henk te Velde en Liesbeth Zegveld.

'De gewoonte heeft zich gevestigd en wordt met de dag sterker, om leerlingen later dan verstandig is aan leraren in de welsprekendheid toe te vertrouwen.' De klacht van Quintilianus uit de eerste eeuw na Christus mag gedateerd lijken, de kunst van het spreken is voor onze tijd niet minder urgent. Integendeel. Quintilianus vond dat retorica te veel letterkundige woordkunst was geworden en enkel nog vakkundig werd beoefend door juristen en politieke bestuurders. De verwording was volgens hem veroorzaakt door degenen die 'de essentie van retorica hebben gereduceerd tot het vermogen om te overreden.' Alleen als de retorica opgevat wordt als 'de wetenschap van het goede spreken zodat de redenaar in de eerste plaats een goed man is, dan moet stellig worden toegegeven dat retorica nuttig is.' Want hoeveel denkkracht een mens ook heeft, 'het verstand zou ons niet zo kunnen helpen en zou zich niet zo duidelijk kunnen manifesteren als wij niet door te spreken de beelden die wij in onze geest vormen, konden uiten.' Mondigheid kenmerkt ons tijdsgewricht. En dan doelen we niet op het zogenaamde post truth tijdperk. Voorbij de waarheid waren we immers al langer. Maar dat we voorbij de autoriteit moeten denken is een nieuwe noodzaak. Niet door een gebrek aan autoriteiten, maar juist door een teveel. We weten niet meer wie of wat we moeten volgen of vertrouwen. Het resultaat lijkt te zijn dat autoriteit verdacht is geworden, en in deze autoriteitscrisis ontbreekt het ons ten enenmale aan een antwoord op de vraag hoe het eigenlijk hoort. Deze kwestie is niet op te lossen door nieuwe mores in het leven te roepen. Onder welk of op wier of wiens gezag zou dat immers moeten? Maar om veeleisende mondigheid en de inflatie van autoriteit te weerspreken, moeten we een beroep doen op de retorica. Niet omdat welsprekendheid zou leren hoe het eigenlijk heurt en ook niet omdat spreken in het openbaar een carrière zou bevorderen, maar omdat de macht over het woord eenieder in staat stelt de woorden en de daden te wegen of te doorzien van hen die publiek het woord voeren. Wie weet hoe woorden werken is beter bestand tegen misleiding, en wie zijn publiek kent, is beter in staat het juiste woord op het juiste moment te kiezen. En als eenduidig gezag ontbreekt of ineffectief is, bevinden we ons midden in de strijd om de macht over de juiste woorden. Het is in dit historisch moment dat we zelf het woord moeten voeren in de meest uiteenlopende situaties en rollen. En voor al deze rollen lijkt een specifiek redenaarsscript te zijn ontstaan. Niet alleen hebben de politicus, de wetenschapper, de jurist, de journalist allemaal hun eigen retorica ontwikkeld, maar ook de burger, de leek, het slachtoffer, de geïnterviewde, of zelfs de ouder in de klasse-appgroep hebben elk een eigen redeneerkunst ontwikkeld. De macht uitdagen is niet zonder risico. Cicero was als spreker bij de openbare rechtbankprocessen op het Romeinse Forum een ware publiekstrekker, niet in het minst vanwege zijn dramatische voordrachtstechniek. Cicero’s genialiteit als redenaar is hem evenwel noodlottig geworden. Zijn politieke opponent, Marcus Antonius, nam ten slotte wraak op de redenaar, niet alleen door hem te laten onthoofden – dat deed hij bij meer tegenstanders, maar ook door Cicero’s handen af te laten hakken en tentoon te stellen. Gebaren kunnen immers net als woorden ingezet worden om te prijzen, te overtuigen, en ook om te beledigen. Een gebaar, een blik, minieme handelingen maken direct deel uit van het retorisch 'handwerk', en de handen van Cicero staan symbool voor de macht en de onmacht van het woord. Een hachelijke ambivalentie die zich dagelijks uit in de retoriek van onze tijd. Iedereen die het woord wil kan het woord nemen, en ieder die het woord succesvol heeft gevoerd kan er een dag later mee worden gevloerd. Om de macht over het woord in onze tijd niet te verliezen zullen we te rade moeten gaan bij de retorici van weleer, maar niet zonder ook de retorische antwoorden te blijven oefenen op de grote vragen van onze tijd. In die oefening tonen de auteurs van deze bundel hun autoriteit.



Mail deze pagina



Naar boven, de hoofdpagina, disclaimer of het colofon